Activiteiten paddenstoelenwerkgroep

Enkele verslagen van de voorbije excursies (van niet alle excursies wordt een verslag opgemaakt)

Excursies 2013

Excursie Drongengoed - 06/02/2013

Excursie Landegem - 06/03/2013

Excursie Eendeputten in Beernem - 10/07/2013

Excursie BELLEBARGIE  -  31/07/13

Excursie DRONGENGOED – 07/08/13

Excursie SCHUURLO – 28/08/13

 

Excursies 2015

Excursie Vaanders  11/02/2015

Excursie Muizendale Landegem  18/02/2015

Excursie Stadswallen Damme 25/02/2015

Excursie Gevaerts-Noord 11/03/2015

Excursie Drongengoed, Pilkem en Koningsbos 25/03/2015. 

Excursie Bellebargie Waarschoot, 13/05/2015

Excursie Drongengoed, in de buurt van de hoeve 07/08/2015

Excursies 2017:

Excursie Onderdale 01/02/2017

 

Excursie Onderdale 01/02/2017

De eerste excursie van het jaar. De zachte temperaturen na een vorstperiode hebben toch een zestal mensen op zwammenbenen gebracht.
We bevinden ons aan de zuidzijde van het Drongengoed, waar in de laatste twee decennia menig nieuw bos is aangeplant. De locatie is een primeur, we laten ons dus verrassen.
Op dode takken van een jong eikenbestand vinden we de gebruikelijke winterse saprofieten die je op eik mag verwachten. Vooral de eikentrilzwam beleeft er zijn hoogdagen. Talrijk prijken er de zwarte klodders zowel op liggende takken als op afgestorven stompen op de stammetjes.
Maar de echte verrassingen moeten uit een wilgenbestand komen, waar al behoorlijk wat dood hout ligt. Beloftevol. De fluweelpootjes zijn toch al present, naast andere zwammen typisch voor zachte houtsoorten. En dan, bingo, een mini oranjegeel bekertje. Nogal bleekjes en klein voor een  Rode kelkzwam, niet? Er komen namelijk witte vormen voor en alle tussenvormen tussenin, al zijn die zeer zeldzaam. Toch zal dit na verder microscopisch onderzoek inderdaad zo blijken. En voor wie nog twijfelt: iets verderop staat nog een exemplaar, nu in klassieke rode pracht en afmetingen.
Sarcoscypha coccinea – Rode kelkzwam op een nieuwe locatie.
Dat is nog niet alles: een stel vermeende verschrompelde Judasoren op wilg zijn niet wat ze lijken. Naderhand blijkt het te gaan om Exidia recisa – Toltrilzwam. Een eerste waarneming voor Oost-Vlaanderen. Bingo, bingo.
We zullen dit bosje met onder andere wilg en esp in de toekomst verder in de gaten weten te houden.
Lia Van Landschoot.
 

terug naar boven

Excursie Drongengoed, in de buurt van de hoeve 07/08/2015

Na een uitzonderlijk droog voorjaar en een reeks hittedagen begin juli liggen de grachtjes en sloten in het bos er nog steeds allemaal droog bij, recente regenbuien ten spijt. De zomerpaddenstoelen horen er nu normaal te staan. En waarlijk, dorstig of niet, de eerste symbionten steken schuchter de kop boven.

Veel verwachten we evenwel nog niet. Schaarste heerst inderdaad in de gelederen van de boleten en de amanieten. Maar vandaag is DE dag voor de russula’s. Niet zozeer wat aantallen betreft, des te meer waar het over de verschillende soorten gaat: 16 soorten aub!

De opmerkelijkste, en tevens best vertegenwoordigde is Russula chloroides ofte Smalplaatrussula. Typisch voor deze soort is een blauwgroene waas bovenaan een korte steel, net onder de smalle en dicht opeenstaande, aflopende plaatjes. Verder heeft de witte hoed een ingedeukt centrum en vertoont hij meestal roestbruine of gelige vlekken. Niet echt een kleurrijke ‘schoonheid’ zoals de meeste andere russula’s. Twee vindplaatsen: te onthouden.

Russula graveolens - Vissige eikenrussula – is al evenmin een voor ons courante verschijning. Bij eik, zoals zijn naam doet vermoeden. Het vissige ontleent hij aan zijn geur ‘van kokende schaaldieren’, aldus Eyssartier.

Een leukerdje op hout is Crepidotus mollis – Week oorzwammetje. Met de waarneming van Abortiporus biennis – Toefige labyrintzwam vult die de lijst aan van een 20-tal andere saprofieten.

Maar de symbionten of mycorrhizavormers zijn vandaag met hun 27 soorten in de meerderheid.

terug naar boven

Excursie Bellebargie Waarschoot, 13/05/2015

Meimaand. De bossen tooien zich weer groen. Bloesems volgen elkaar op. De zomergasten onder de vogels zingen luid hun aanwezigheid, terwijl bij anderen al de eerste jongen piepen. De muggen zoemen ons om de oren. Kortom het lenteleven barst uit in volle hevigheid. Maar de zwammen, die houden hun voorjaarsslaap, snakkend naar vochtiger omstandigheden dan van die de afgelopen weken.

Alleen al de namen getuigen van zeer bescheiden verschijningen: schoteltje, vulkaantje, schijfje, puntje, streepje… Wetenschappelijk vertaald zijn dat onder andere:

  • Hormotheca robertiani (Fr.) Höhn. Robertskruidpuntje
  • Hymenoscyphus fructigenus (Bull.: Fr.) Gray Eikeldopzwam
  • Hyphodiscus gemmarum (Boud.) Raitv. & R.Galán Peppelknopschoteltje
  • Leptosphaeria acuta (Hoffm.: Fr.) P. Karst. Bandnetelvulkaantje
  • Trochila craterium (DC.) Fr. Klimopdekselbekertje

 

Uitzonderingen bevestigen de regel: een joekel van een Fomes fomentarius (L.: Fr.) J. Kickx f. Echte tonderzwam prijkt op een omgevallen stam van populier. Deze kanjer staat er tussen soortgenoten van iets normalere afmetingen. De vondst hebben we eigenlijk te danken aan een ultieme maar helaas vruchteloze zoektocht naar Anemone bekerzwam. Speuren mochten we daarbij onder lager bladerdak van de natste rabatten van de Bellebargie. De Bosanemonen staan er nog net, al zijn ze nu reeds uitgebloeid.

Ondertussen vinden we ook de perkamentachtige resten van Geastrum fimbriatum Fr. Gewimperde aardster en een opgedroogde Steccherinum ochraceum (Pers.: Fr.) Gray Roze raspzwam. Het wimperzwammetje met korte en lange zwarte wimpers blijkt voorlopig ongedetermineerd.

En paddenstoelen? Weet je nog: die met hoed en steel en plaatjes? Ook daarvan komen er een paar op de lijst. Eentje mag zeker vermeld: Pluteus romellii (Britzelm.) Sacc. Geelsteelhertenzwam.

terug naar boven

Excursie Drongengoed, Pilkem en Koningsbos 25/03/2015.

Een aangenaam wandelweer was het niet. 4 moedigen gaven echter niet toe aan de dreigende wolken en te lage temperatuur. Het lariksbosje, achter het voormalig café-resrtaurant, verraste ons al vrij vlug met Sparrenkegelzwam – Strobilurus esculentus op vergraven kegels van fijnspar. Dennenvoetzwam – Phaeolus schweinitzii stond er deze keer aan de voet van een lariks. Veel soorten komen elke week terug zoals  schorschijfjes, elke boomsoort heeft er zo wel eentje in zijn rangen: Eikenschorsschijfje Diatrypella quercina op eik, Berkenschorsschijfje D. favacea op berk, Hoekig- en Korstvormig respectievelijk Diatrype disciformis  en stigma, heel vaak op beuk. Kogelzwammen, hoewel die er wel het hele jaar zijn waar te nemen is nog zo’n groep waar in paddenstoelenarme seizoenen naar gekeken wordt. Beukendopzwammen zijn er bij de vleet. Trilzwammen zijn typisch voor het voorjaar. Zwarte- en Eikentrilzwam repectievelijk Exidia plana en quercina.  zie je wekelijks, Gele trilzwam heb je vaak op populier en de minst algemene in ons rijtje van vandaag is de Kerntrilzwam Tremella encephala waarin duidelijke harde kerntjes zitten. Allicht wordt deze vaak over het hoofd gezien. Een soort die je in ’t veld niet aan trilzwammen doet denken is Exidiopsis effusa of Rozeblauwig waskorstje. Deze gelijkt er ook niet op, heeft niet die duidelijke flappen of hersenachtige kronkels als voornoemde soorten maar vormt een dunne, vettig aanvoelde laag van minder dan één mm dik en zit vast op het hout. Waskorstjes hebben  gemeenschappelijke microscopische kenmerken: gesepteerde basidiën met worstvormige sporen. Een paar damherten kiezen één van de talrijke wissels om aan onze begerige blikken te ontsnappen. De dreven liggen er bij wijlen spekglad bij, de stugge kleilaag plakt aan de laarzen. Daar moeten we doorheen want even verder staat een mooie collectie wilgen, op één na niet eens zo groot of dik. Tenminste dat was die ene, nu omgewaaid, maar er huist een zeer mooie tonderzwam op die ons eerder aan een lakzwam deed denken. Toch is het onze zeer algemene Platte tonderzwam Ganoderma lipsiense.  Wilgen en … Rode kelkzwam Sarcoscypha coccinea, dat gaat samen. Dat weten we onderhand wel. 50 eksemplaren zijn ons deel en de fotografen hebben meteen enige bezigheid. Daarvoor gaan ze door de knieën.  Even verder aan de bosrand moeten ze dan weer drummen tegen de lange stekels op wegkwijnende of afgestorven stammen van Sleedoorn om er de Boomgaardvuurzwam Phellinus tubercolosus op de gevoelige plaat te zetten.

’t Is nog altijd even koud als we terug zijn,  maar we zijn droog gebleven en met 50 paddenstoelensoorten moeten we nu ook niet klagen.    

Verslag: Etienne Vanaelst

terug naar boven

Excursie Gevaerts-Noord - 15/03/2015

Het lenteweertje zorgt ook vandaag voor een 11-koppige opkomst. Gevaerts-Noord  is een natuurgebiedje langs de kanaaloever te Beernem. Het kanaal doorsnijdt hier een zandrug, van nature schraal land. Beheer is dan ook gericht op heideherstel. Op de oeverdijk loop je steevast op het droge. Maar in de langgerekte kom, gevormd door de oude kanaalbedding, is het meestal plas dras met vennetjes en een wilgenbroekbosje. Ezeltjes zorgen er voor verschraling en een structuurrijk terrein met open stukken afgewisseld met schier ondoordringbaar struikgewas.

Wij gaan de ezelspaadjes op. Vergeet het beeld van een smal en stenig bergpad. We dalen immers af tussen het kreupelhout van een wilgenbosje. Maar smalletjes en moeilijk begaanbaar is het wel. Doorgaans ploeter je hier door modder. Maar vandaag hadden we, op enkele plekjes na, de laarzen achterwege kunnen laten. Bij het speuren naar zwammige verschijningen kraakt het onder de voeten, en onder de handen. Menig takkenstompje met vrucht(jes) verdwijnt in de “sacoche” voor verder microscopisch onderzoek. Huiswerk verzekerd voor Etienne en Angèle.

Het biotoop leent zich voor de Rode kelkzwam. Maar de zoektocht ernaar is als het vinden van de heilige graal. Noppes dus.

Door het aanhoudend droge weer zijn zowat alle zwammen tot korst- of stuifachtige toestanden herleid. Toch staan er in het grasland nog paddenstoeltjes met plaatjes, met name Gewoon en Winterdonsvoetje - Tubaria furfuracea en Tubaria furfuracea var hiemalis. Bij ons vorig bezoek in het najaar mochten we ons hier op vijf soorten wasplaten verheugen.

In het gras staan de verder nog de stoffige resten van Parelstuifzwam, Plooivoetstuifzwam en Zwartwordende bovist – Bovista nigrescens. Die laatste heeft inderdaad zijn naam niet gestolen. Een dun en donker vlies omgeeft een kogelronde stuifbal.

Een vermelding waard zijn verder:

  • Roestkleurige borstelzwam – Hymenochaeta rubiginosa, op hout
  • Berijpte schorszam – Peniophora lycii, vaak voor Eikenschorszwam aanzien
  • Roodgele aderzwam – Phlebia subochracea
  • Schraal ruigkogeltje – Echinosphaeria strigosa (Lasiosphaeria strigosa), een ascomyceet op hout
  • Gewoon puntkogeltje – Mycosphaerella punctiformis, kleine zwarte stippeltjes op dorre bladeren, ascomyceet.

De vermeende Slakkenkloofjeszwam - Ascodichiaena rugosa - op eikenschors levert noch sporen, noch verder aanknopingspunt om in de lijst op te nemen.

Halfweg het gebied noopt het vorderend middaguur tot terugkeer. Dat geschiedt via de hoge en droge kanaalberm. Eik en populier zorgen hier voor een ander assortiment, al levert dat geen hoogvliegers op. Enkel de gele bloemen van de gaspeldoorn zorgen voor een kleurige noot.

En, oh ja, geen ezeltjes gezien. Of de kleine kudde zich hier nu op Gevaerts al dan niet bevindt, blijft dus gissen.

Verslag: Lia Van Landschoot

Foto: zwartwordende bovist  Julie Van Bastelaere

terug naar boven

Excursue stadswallen Damme - 25/02/2015

Een flink deel van de 17e eeuwse stadswallen van Damme zijn heden natuurgebied, in beheer door Natuurpunt Damme.  Het meest kwetsbare gedeelte hiervan is slechts toegankelijk met begeleiding. Vandaag zorgt Daniel hiervoor, sleutel van het hekken op zak.

De grazige stukken van bastion en ravelijn zijn het domein van de ezeltjes. De walgrachten worden ingenomen door moerasbos en stukjes rietland. Het zijn floristische pareltjes op schier ontoegankelijk terrein. De meeste beheerwerken dienen hier dan ook te gebeuren vanop een werkschuitje of, bij strenge vorst, vanop het ijs.

De elzen- en wilgenstruwelen kunnen we betreden via een aantal vlonders. Maar natuurlijk staan of hangen de meest aantrekkelijke ‘vruchten’ op onbereikbare plekjes. Een verrekijker is slechts een steuntje voor het herkennen van de ons vertrouwde Roodporiehoutzwam. Grote mensen als Jef en Marc trotseren dan maar prikkeldraad en moeras om toch iets extra’s binnen te rijven. Dat resulteert onder andere in de vondst van FluweelelfenbankjeTrametes pubescens. Het Gewoon en het Gezoneerd elfenbankje staan dan al genoteerd.

In de winter is de zwammenrijkdom vooral te zoeken op afstervend of dood hout en plantenresten. Het materiaal vinden we grotendeels in het netjes gestapelde hout her en der. Nadeel hiervan: het is soms raden op welke houtsoort deze of gene zwam staat. Maar de lijst groeit mooi aan, met een aantal, specifiek voor dit biotoop: Wijdporiekurkzwam -  Datronia mollis,   Grauwviolette schorszwam -  Peniophora violaceaolivida,    Wilgenschorsschijfje – Diatrype bullata, Judasoor - Auricularia auricula-judae, Donzige korstzwam – Cylindrobasidium laeve

Op een droger plekje is onlangs een essenbosje gekapt. Vos is hier voorbijgekomen. Dat ruikt een geoefende neus duidelijk. Een lokale haas maakte zich ondertussen al lang uit de voeten, opgeschrikt door speurende Jef. Uit het riet klinkt het geluid van dodaars en af en toe van ral.

De oude half-opengereten wilgentronken herbergen opvallend weinig paddenstoelen. Uitzondering is het voornoemd Fluweelelfenbankje. Daarentegen zorgt de aanwezigheid van een flinke Zomereik voor een bijkomende aanvulling op de lijst: op naar de 40 soorten.

En dan komt de kers op de taart, met dank aan Jef. Een aantal kelkjes staan bloedrood te wezen op half-begraven takken. Het gaat om de Rode kelkzwamSarcoscypha coccinea, een eerste waarneming te Damme. De Rode kelkzwam wordt stilaan een vertrouwd winters beeld voor onze werkgroep. Maar de verwondering blijft.

We mogen ons bezoek aan de stadswallen afsluiten met een streep zon aan de hemel en in ons hart.

 

Foto's: Julie Van Bastelaere (donzige korstzwam, zwarte ytilzam, paarse eikenschorszwam)

terug naar boven

 

Excursie Muizendale Landegem - 18/02/2015

Een zonnige winterdag met milde temperaturen. Deze vroege lentestreling lokt dan ook acht kandidaten op de afspraak te Landegem, Muizendale.

We gaan op verkenning in een nat wilgenbosje, resultaat van natuurlijke ontwikkeling op opgespoten gronden tussen Kale en Schipdonkkanaal. Een onbeheerd terreintje met heerlijk veel dood hout. Dat mag een mooi assortiment garanderen van ascomyceten en aphyllophorales (= plaatjesloze vlieszwammen). Is onze kennis van de eerste groep eerder summier, de tweede groep zal evenzeer voor raadsels en opzoekwerk zorgen. Zwammen op wilg behoren nu eenmaal niet tot de voor ons courante kost.

Doelsoort vandaag is de aldaar gesignaleerde Rode kelkzwam. Die vinden we dan ook, zij het in eerder bescheiden aantal op een viertal plekjes.

Een makkie is het Gewoon fluweelpootje. Hoewel. Het genus Flammulina kent meerdere soorten, die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Een stevig paddenstoeltje is dit, dat moeiteloos vrieskou doorstaat. Het prijkt dan ook meestal in bundeltjes op menige tak. Maar langs de grazige wegberm buiten bos zullen enkele joekels ons toch even doen opkijken.

Verder zijn het toch vooral onopvallende zwammen en klein grut die we vinden. Sommige deelnemers hebben daar een bijzondere neus voor. En Hans zelfs de adequate fotografeer-apparatuur.

Spoedig raken Etienne zijn doosjes en bakje gevuld. Met nog een zak takkenstompen op de koop toe. Dat belooft veel werk, allicht wat frustratie, maar toch een mooie lijst.

Op een liggende wilgenstammetje ontdekken we aldus minuscule witte ‘worstjes’. Nog nooit gezien. Het blijkt te gaan om Rectipilius fasciculatis. Slechts de 2de waarneming in Funbel voor Vlaanderen.

Naast het algemene Gewoon judasoor prijkt het veel zeldzamer Vals judasoor. Een vaste waarde in deze wilgenstruwelen.

Een naar mottenballen ruikend geval kregen we voordien ook al te Landegem onder de neus. Het gaat om de Onvertakte stinkkorstzwam ofte Scytinostroma portentosum (Berk. & M.A. Curtis) Donk. Eigenlijk hoort die in een herbarium. Maar eer dat besef er komt, vloog de tak met de stinkerd al achteloos in de kachel. Uitkijken dus naar een ander exemplaar!

Een andere nieuwkomer voor onze werkgroep is het Tweekleurig elfenbankje,  Gloeoporus dichrous (Fr.: Fr.) Bres. Hoewel deze in Vlaanderen al 74 keer is waargenomen is het voor Oost en West-Vlaanderen ook een eerste soort.

Ons voorjaar begint dus niet slecht. De eerste excursies leverden al een 6-tal nieuwe soorten. Dat belooft.

Foto's: Hans de Blauwe (gewoon fluweelpootje,  Rectipilius fasciculatis, tweekleurig elfenbankje)

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

Vaanders Aalter 11/02/2015

47 soorten voor deze tijd van het jaar is niet weinig. De Vaanders heeft altijd wel iets in petto. Deze keer waren het 4 nieuwe soorten voor de Meetjeslandse werkgroep. Niet dat die soorten zo spectaculair zijn. Het zijn allemaal zakjeszwammen met kleine tot zeer kleine vruchtlichamen, soms nauwelijks te zien met het blote oog.  Je moet je er gewoon een beetje gericht naar gaan zoeken. Alle vier kwamen ze van de hand van Hans. Die is dat precies gewoon, zoeken naar kleine soorten.  

Op een dennenkegel stonden kleine zwarte stipjes, Sphaeropsis  sapinea, heeft niet eens een Nederlandse naam, nauwelijks een mm groot. Ook Gewoon puntkogeltje is maar even groot en groeit op afgevallen bladeren van eik. We vonden ook twee spleetlippen:  Dennennaaldspleetlip groeit op afgevallen naalden van Grove den en Braamspleetlip op dode takjes van braam. Het zijn kleine, langwerpige vruchtlichamen van een paar mm lang en nauwelijks een mm breed vergelijkbaar met een koffieboontje maar veel, veel kleiner. Warm zal je er nu ook niet van worden en kleur hebben ze ook al niet, gewoon zwart. Nog zo’n klein zwart ding is Hulstkogeltje op dode bladeren van Hulst.

Op dode bladeren van pitrus stond Pitrusfranjekelkje en is qua uitzicht al heel wat mooier. Talrijk waren de Doolhofzwammen op stobben van Amerikaanse eik. En voor de rest is het korstzwammentijd op een oesterzwam,  enkele fluweelpootjes en een donsvoetje na.

Foto's: Sphaeropsis  sapinea en Dennennaaldspleetlip (fotograaf Hans de Blauwe)

terug naar boven

 

 

 

 

 

EXCURSIE DRONGENGOED – 06/02/2013

 

De strenge vorst en het flinke sneeuwpakket liggen al 10 dagen achter de rug. Sommigen ontwaken uit hun winterslaap. Zo ook een zevental leden van de werkgroep. We krijgen zelfs versterking van vier JNM-ers. De vlagen zon over een zompig bos brengen ons in stemming.

Met officiële toestemming én sleutel treden we via de hoofdingang een voormalig omheinde militaire bosgedeelte, thans beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. De oude opslagplaatsen kregen er  een tweede leven als  vleermuisbunkers. Straks zullen we het terrein langs een 'smokkelpad' weer verlaten.

Veel verwachten we niet van deze eerste uitstap. Ondanks de aanwezigheid van nogal wat dood hout valt er weinig te ontdekken. Wat verschrompelde of halfvergane korst-, schors- en gaatjestoestanden. Wat versere Trametessoorten. Tot de jongere generatie een fris en kleurrijk exemplaar ontdekt, die Etienne nadien als Roodgerande houtzwam Fomitopsis pinicola heeft gedetermineerd. De discussie welke loofhoutsoort het ding nu sierde, blijft ter plaatse onbeslecht. Roodgerande houtzwam is een  typische naaldhoutsoort maar  komt ook wel een keertje op berk voor en meteen is ook de waardplant bekend. Als in een groene spons zuigen de laarzen zich in de veenmossen. Net daar heeft de Spekzwoerdzwam (Merulius tremellosus) een boomstronkje ingepalmd. De zwam is geen rariteit. Toch vormen de consoles van 'vette lapjes' een bekoorlijk geheel. Onze eisen zijn, zoals vermeld, eerder laag gesteld. Verder speuren door naburige naaldhoutbestanden levert krabsporen van (wellicht) marter, veel gekeutel en wissels van reeën/damherten, een overmoedige kikker, maar verder niets bijzonders in zwammenwereld. Een bryoloog zou hier vandaag beter aan zijn trekken komen dan een mycoloog.

Staartmezen zwaaien ons tenslotte dit stukje Drongengoed uit.

De lijst zal op een totaal van een 40-tal soorten aftikken.

(Foto's: Julie Van Bastelaere)

terug naar boven

 

EXCURSIE LANDEGEM – 06/03/2013

Landegem, oude opgespoten baggerterreinen langs het kanaal 06/03/2013

Eindelijk lente en temperaturen die boven de 15°C gaan. Vlinders, hommels en bijen hebben de eerste bloeiers ontdekt.

Nachtvorst en noord- tot oostenwinden hebben de afgelopen weken de hoge waterpeilen al flink doen zakken.

We zijn maart en de Rode kelkzwam werd te Landegem gesignaleerd. Idem dito in Heideveld-Bornebeek. Na een maand inactiviteit staan we aldus met z'n tienen op de afspraak te Landegem, 2 leden van NP Nevele incluis.

Het ligt er in het wilgenbroekbosje al opvallend droog bij, een reeks permanente plassen uitgezonderd. Het zijn vermoedelijk de restanten van vroegere meanders van de Kale.

Met het vele dode hout zou je een mooie collectie houtzwammen verwachten. Maar dat valt tegen: te droog, verspreid over de grond liggend en te weinig houtsoorten. Naast overwegend wilg, wat vlier en esdoorn staan hier weinig andere soorten. Geen eik, berk of beuk.

Een gaatjeszwam intrigeert ons. Ze komt op verschillende plaatsen op dode wilg voor, in bruine plakken, soms consolevormend. Een vuurzwam of borstelkurkzwam? Het blijkt na controle Vlakke vuurzwam te zijn, een typische wilgensoort.

Ook Gewoon kalkbekertje Craterium minutum, een slijmzwam met fraaie vruchtlichamen zorgde voor de nodige vraagtekens.  Maar we kwamen dus in de eerste plaats voor de Rode kelkzwam (Sarcoscypha coccinea). En die geeft presentie: een drietal populaties met in totaal wel om en bij de 50 eksemplaren. In de buurt heeft een populatie Tongvaren zijn plekje gevonden en blijkbaar met succes. Met dank wellicht aan de brandnetels die het gebiedje 's zomers nagenoeg ontoegankelijk maken.

Verslag: Lia Van Landschoot

Foto's:

Rode kelkzwam: Raf Sienaert;

Gewoon  kalkbekertje: Marc De Tollenaere

terug naar boven

 

EXCURSIE EENDEPUTTEN IN BEERNEM – 10/07/2013

 

Met de zegen van boswachter Frans en de hoop er Moeraszwavelkop aan te treffen, lopen we binnen de omheining van het bosreservaat.

Vochtig is het in ieder geval nog in de bossen. Om de vijvers zelfs nog uitgesproken nat. Toch zijn de aantallen beneden verwachting. De amanieten zijn nog het best vertegenwoordigd, vooral Parelamaniet. Eén ervan verdient een extra diepe buiging. Doel: vastleggen op de plaat, meer bepaald zijn ring. Het is dan ook de Geelgeringde parelamaniet ofte Amanita rubescens var annulosulfurea.

Op zoek naar mogelijks berkenboleet, vinden we onder den een andere boleet. Op zicht wordt gegokt op een Xerocomus. Dilemma: dit enige exemplaar plukken voor verder onderzoek?

 'See me, feel me, touch me,...” Bij aanraking weten we het meteen: Kastanjeboleet (Xerocomus badius).

Twee flinke bundels Tranende franjehoed (Lacrymaria lacrymabunda) trekken de aandacht, omwille van hun enigszins afwijkende kleur van hoed en het kleine formaat. Even werd gedacht aan Kleine traanfranjehoed maar microscopie weerlegde dat dan weer.

In een voormalig bosbestand, gekapt omwille van heideherstel kwam Roodgerande houtzwam (Fomiotopsis pinicola) voor op een stapel berkenhout. Dit was eerder uitzonderlijk, want de soort tref je normaal aan op naaldhout. We vinden er voorwaar nog een joekel op de laatste vermolmde resten van het berkenhout.

In het recent opengekapt gedeelte rond de vijvers waait de geur van gagelstruiken ons tegemoet. De voeten zakken weg in het waterzwangere veenmos. Hier treffen we kbp'tjes (= kleine bruine paddenstoeletjes) aan die na determinatie Veenmosgrauwkop (Tephrocybe palustris) blijken te zijn. In de brede toegangsdreef van het provinciedomein treffen we 2 russulasoorten aan, de Berijpte (R. parazurea) en Duifrussula (R. grisea). In de nabijheid stonden ook 2 exemplaren Gewone heksenboleet (Boletus erythropus).

Verslag: Lia Van Landschoot.

Foto Tranende franjehoed: Mia Depreeuw

terug naar boven

EXCURSIE BELLEBARGIE  -  31/07/13

De juli-hitte is wat getemperd, de droogte even geblust. We hebben dus enige reden tot optimisme, zeker in een eerder vochtig bos als de Bellebargie. Temeer ook dat Etienne toch al het één en ander vond in het Drongengoed.

Padden genoeg – we mogen zelfs gewagen van een 'paddenregen', maar de '-stoelen' zijn niet van het kaliber om zelfs de kleinste padjes te dragen.

Veel klein grut dus: Tak- en Halmruitertjes, Wieltjes, Houtknoopjes, Franjekelkjes, Rickenella's, Dwergmycena... en massaal Plooiplaatzwammetje - Delicatula integrella.

Toch ook eentje vermelden dat we niet zo vaak  waarnemen: Oranje graslandtaailing – Marasmius curreyi.

Geen Russula's – al beweert Frank de resten 'van een grijze' te hebben gezien. Evenmin boleten. En, ocharme, twee amanieten:  fulva en rubescens.

Voor de rest moeten we ons content stellen met  Psathyrella, Coprinus , Mycena en andere saprotrofe algemeenheden.

Armoe troef dus, zowel in het bosreservaat, de hoofddreef als onder de beuken van de parallelle dreef. 57 soorten.

Om lijst en verslag verder aan te vullen: nog een asco in de hoofddreef als inleiding en troost: Peziza badiofusca ofte Adelijke bosbekerzwam.

Lia Van Landschoot

Foto Plooiplaatzwammetje:  Julie Van Bastelaere

terug naar boven

EXCURSIE DRONGENGOED - Drongengoed 07/08/13

De eerste regendruppels vallen boven het Drongengoed na een langere droogteperiode. Een opsteker voor bosflora, mycoflora en ons myco-hartje. Maar we durven nog niet te vroeg juichen.

Aanvankelijk lijkt hetzelfde scenario van de vorige weken  zich te herhalen: prutskes, paddenstoelen op dode takken en zowaar een bekerzwam op de blote grond, de wasgele bekerzwam. De toegangsdreef tot de hoeve is nochtans traditioneel rijk aan symbionten. 

Vandaag vinden we er hier slechts wat schaarse exemplaren van. Een niet alledaags saprofietje brengt even een kleurig vlekje, nml de Goudgele hertenzwam.

In en om het speelbos duiken we het bos in. De rupsenzwam kent er zijn succesverhaal. Maar belangrijker is de eerste reeks Russula's: Gewolkte-, Abrikozen-, Fijnplaat-, Smakelijke-, Loofbosbraak-, en  Berijpte russula. Een drietal knolamanieten en vezelkoppen steken ook de kop op. Aan de voet van populier prijkt een mooie bundel Populierenleemhoed

En dan komt het : ten oosten van de hoeve staan massa's Rode boleet bij eik en beuk. Ontelbaar! Ook Spoelsteel-,Gewone heksenboleet  Kastanjeboleet vullen het rijtje van de boleten aan. Scherpe kam- en Vorkplaatrussula zijn de afsluiters van de dag.

Lia Van Landschoot.

Foto Rode boleet: Julie Van Bastelaere

terug naar boven

SCHUURLO 28 augustus 2013

Wat voor een doorsneeburger doorgaat voor een 'mooie zomer' valt voor mycologen misschien wat droogjes uit. Maar een buitje heel af en toe de afgelopen dagen laat ons toch hoop koesteren.

De speurtocht vangt aan langs de bermen van het autoluw asfaltweggetje om het kasteel van Schuurlo. Vandaag is het echter opletten geblazen voor fietsend Vlaanderen.

Opvallend veel Beukwortelzwam – Xerula radicans – wortelend op dieper begraven hout, niet noodzakelijk van beuk trouwens. De roestbruine modder in de nagenoeg drooggevallen gracht vormt de wijkplaats voor een vlucht Greppelmelkzwam – Lactarius lacunarum.  De voet van nogal wat Amerikaanse eiken is getooid met prachtige consoles Harslakzwam – Ganoderma resinaceum. Een onverlaat hield zich jammer genoeg bezig om ze allemaal van de stam los te trappen. Uit balorigheid of in een vruchteloze poging de boom te 'redden'?  Als intro op de wandeling bracht Etienne een exemplaar mee van de Gesteelde lakzwam – Ganoderma lucidum. Deze komt eveneens uit Schuurlo, heeft een even glanzende hoed, maar bezit in tegenstelling tot Ganoderma resinaceum een duidelijke meestal knoestige, donkere zijwaartse steel. Een eerste waarneming alhier.

Etienne loodst ons naar de plek waar we Blauwvoetstekelzwam Sarcodon scabosus mogen verwachten. Van mogelijke Hydnellumsoorten is alleen de Fluwelige stekelzwam -Hydnellum spongiosipes- van de partij. Ondertussen is ook Netstelige heksenboleet – Boletus luridus – op het lijstje terechtgekomen, evenmin alledaagse soort.  Even verderop wacht ons nog een aangename verrassing: vrij talrijk voorkomende Wortelende boleet – Boletus radicans. De kalkvoorwaarde voor het voorkomen van deze soort is allicht te wijten aan steenstort in de berm. Onze bedenkingen over de naam “wortelend” worden onderbroken door – oeps - de zoveelste fietser!

Als de verkeersdrukte even wegvalt, duiken we het bos in. De private bossen van Schuurlo zijn vochtige tot natte bossen. De greppels tussen de rabatten liggen er nu quasi droog bij, de pakken bladeren rossig gekleurd vanwege hun verblijf in ijzerhoudend water. Waterplasjes zijn enkel nog te vinden in de diepere grachten en in voren van de dreven, resultaat van extreme bodemverdichting. Het bos geeft een wat 'verwaarloosde' indruk: beheer beperkt zich hier tot jachtdoeleinden. Dat levert weliswaar vrij donkere bestanden, pakken strooisel maar wel een voorraad dood hout op. Het geaccidenteerde pad nemen we graag op de koop toe. We mogen ons alleszins verheugen op een aantal boleten, melkzwammen en Russula's. Daaronder Gele berkenrussula – Russula claroflava - de chromaatgele hoed vanop afstand gedetecteerd tussen het groene veenmos.

Dieter trekt voorop, een veulen huppelend over grachten en obstakels. Hij brengt ons een jong maagdelijk wit amanietje aan. “Witte variëteit van de Gele knolamaniet” meent Etienne. Maar de 'patattengeur' vinden we allesbehalve uitgesproken. “Groene knolamaniet, witte variëteit” wordt verder geopperd, Daar waar we ook oudere exemplaren aantreffen zal Peter uiteindelijk wijzen richting Amanita virosa. Zij vertonen inderdaad een slanke, vlokkerige steel met vluchtige ring. De KOH test, geelverkleuring, zal nadien uitsluitsel brengen.

Hiermee hebben we er voor de regio een nieuwe soort amaniet bij: Amanita virosa. ofte Kleverige knolamaniet. Met de eerder genoemde Ganoderma lucidum komt dat op twee nieuwe soorten voor het Meetjesland. Voorwaar een 'vruchtbare' namiddag!

Verslag: Lia Van Landschoot

Foto Kleverige knolamaniet: Peter Verstraeten

terug naar boven