Rapport zandbijen in het Meetjesland verschenen

Sinds een aantal jaren worden de zandbijensoorten in het Meetjesland geïnventariseerd. In een recent rapport worden 25 soorten van de tot nu toe 26 gevonden soorten uitgebreid voorgesteld.

In België komen in totaal 369 soorten bijen en hommels voor. De zandbijen vormen veruit de grootste groep. In West- en Midden- Europa komen in totaal 150 soorten zandbijen voor. Hiervan komen 72 soorten voor in Nederland en 98 soorten in België (volgens het Belgisch soortenregister).

De meeste soorten vliegen vroeg in het voorjaar, maar sommige soorten komen pas te voorschijn in het midden van de zomer. Qua grootte zijn de zandbijen enorm variabel: veel kleine soorten zijn slechts 4 mm lang, terwijl de grootste zo'n 16 mm lang zijn. De soorten zijn vaak moeilijk uit elkaar te houden. Vooral de zeer kleine, zwarte bijtjes lijken heel erg veel op elkaar. Maar ook bij de grotere soorten valt het niet mee. Zo zijn mannetjes vaak anders (en vaak ook veel kleiner) dan vrouwtjes, zijn sommige soorten variabel en kunnen oudere exemplaren zo afgevlogen zijn, dat ze nog nauwelijks behaard zijn en dan veel lijken op bijen uit andere groepen. Deze wilde bijen hebben geen of een hele kleine angel en steken nooit, tenzij je ze sterk mishandeld, maar dan nog is hun angel dikwijls te zwak om door de huid heen te dringen. Zandbijen vormen geen gezamenlijk nest, maar meerdere vrouwtjes nestelen vaak wel graag bij elkaar in de buurt en soms wordt hetzelfde nestingangetje door meerdere vrouwtjes gedeeld. Zoals de naam al doet vermoeden worden er nestgangen in de grond gegraven. Enkele maken nesten verticaal in de grond, anderen hebben een zand- of leemwal nodig om een nest horizontaal te maken. De vrouwtjes graven met hun sterke en behaarde achterpoten een nestgang in de grond. Daarin maken ze verschillende nestkamertjes die ze vullen met stuifmeel welk als voedsel dient voor de larven.

De zandbijen beschikken over een vrij korte tong, waardoor ze meestal niet te vinden zijn op bloemen waarbij de nectar/stuifmeel diep in de bloem ligt. Een groot aantal vroeg-actieve soorten (reeds eind februari vliegen de eerste zandbijen) zijn – logischerwijze - gespecialiseerd op vroegbloeiende planten. Daarbij nemen wilgen een zeer belangrijke plaats in: het wilgenstuifmeel wordt (enkel door de vrouwtjes) verzameld en naar het nest getransporteerd als voedsel voor de larven. De volwassen dieren (man en vrouw) drinken nectar van zowel vrouwelijke wilgen als andere vroegbloeiers zoals: sleedoorn, klein hoefblad, paardenbloem, …

Zandbijen zijn harde werkers; elk vrouwtje graaft minstens 1 holletje/nest uit waar ze steeds naar terugkeert met het zorgvuldig verzamelde pollen. Het stuifmeel wordt doorgaans verzameld aan de langbehaarde achterpoten, maar sommige soorten gaan verder en hebben ook lange verzamelharen in de okselholtes onder de vleugels (bvb. het roodbuikje). Het stuifmeel wordt als klompje afgezet in een eicelletje. Wanneer er afdoende voedsel is, wordt de cel afgesloten en start het diertje aan de volgende cel. Een studie op een aantal zandbijen heeft aangetoond dat gemiddeld genomen een stuifmeel verzamelbeurt 46 minuten duurt, soms moet het vrouwtje ook tot 4 à 6 keer op pad om genoeg voedsel voor 1 eitje bij elkaar te zamelen … er worden dan ook gemiddeld voor 0,9 nakomelingen gezorgd per dag. Gezien de korte levensduur van het beestje (enkele weken) en de tijd die gespendeerd wordt aan het graven van een nest (een paar dagen) brengt een vrouwtje gemiddeld slechts tien mogelijke nakomelingen voort.

 

 

De hotspots van de zandbijvindplaatsen in het Meetjesland zijn te vinden langsheen het Kanaal Gent-Brugge. Sommige locaties tellen tot 18 verschillende zandbijsoorten waaronder enkele (zeer) zeldzame. De topsoort is de zeldzame dageraadbij, een soort die in verschillende Europese landen zelfs op de rode lijst prijkt en waarvoor kenners zelfs al uit Duitsland op studie bezoek kwamen en deze bij ook veelvuldig op beeld zetten.

 

 

Daarnaast zijn er enkele soorten, zoals het roodgatje, die quasi in elke tuin aan te treffen zijn.

Het volledige, prachtig geïllustreerde rapport, met bespreking van 25 soorten is gratis te downloaden op volgend adres

https://www.box.com/shared/a6gih1nxco6ew7nbr8vc

Tekst: Chris Bruggeman en Henk Wallays

Foto’s: Henk Wallays